Spraak

Vertraagde spraak- en/of taalontwikkeling

De uitspraak en verstaanbaarheid van een jong sprekend kind kan achterlopen. Er is dan een verschil hoorbaar met leeftijdgenootjes. Het kind spreekt onduidelijk, zacht, verwisselt klanken, kan klanken niet maken of laat delen van een woord weg. Als ouder begrijp je vaak je eigen kind voldoende. Maar voor de omgeving is het soms lastig om het kind te verstaan.

 

Stotteren

Bij het stotteren worden klanken of lettergrepen herhaald of verlengd. Soms gebeurt het dat de spraak blokkeert. Het stotteren kan ervoor zorgen dat je minder gaat praten of onzeker wordt. Het kan de communicatie en het contact leggen met anderen ernstig verstoren.

Afwijkend mondgedrag

Bij afwijkend mondgedrag zien we vaak dat in rust de mond open staat en de tong laag in de mond ligt. Er wordt dan vaker door de mond geademd dan door de neus. Daarnaast gaat het slikken op een verkeerde manier. De tong drukt tegen de tanden aan waardoor het gebit van vorm verandert.